Na tien jaar is schrijver Ilja Leonard Pfeijffer nog steeds niet uitgekeken op zijn geliefde woonplaats Genua. ‘Deze stad is als een stijlvolle oude dame, die veel geheimen heeft waarover ze nooit zal vertellen.’ Al pratend over Italië en zijn nieuwe roman Grand Hotel Europa – dat zich onder meer in Venetië afspeelt – ging A Quattro Mani met hem op ontdekkingsreis door zijn stad.

Het Piazza de Ferrari in Genua ©Marc Brester/AQM

Magische plek

Hij zou er één, misschien twee maanden blijven wonen. Dat idee borrelde spontaan op toen schrijver Ilja Leonard Pfeijffer in 2008 tijdens een fietstocht van Nederland naar Italië Genua aandeed. Voordat hij fulltime schrijver werd, werkte hij als classicus aan de universiteit van Leiden, dus interesse in Griekenland en Italië had hij altijd al en in Italië had hij vaker de sensatie gehad dat hij zich er thuis voelde. Maar bij Genua was het liefde op het eerste gezicht. ‘Het labyrint van het historische centrum, al die kleine steegjes, ik vond het een magische plek. Daar werd ik destijds onmiddellijk verliefd op. En eigenlijk is dat nog steeds zo; die fascinatie gaat niet over. Wat ik ook mooi vind, is dat deze stad driedimensionaal is. Ga je het centrum uit, dan loopt het meteen enorm steil omhoog: veel wijken liggen op de heuvels. Ik besloot een appartementje te huren, verlengde dat nog eens, en nog eens.’